De (te) kleine kerkenraad.
De kerkenraad heeft er bewust voor gekozen, niet met een andere gemeente te fuseren tot een gemeenschappelijke bovenplaatselijke kerkenraad. Hierover lees je in een ander stukje (Fuseren of niet fuseren, dat is de vraag). Maar de consequentie is wel dat we er goed over na moesten denken hoe we de kerkenraad goed laten werken en voltallig houden. Er zijn heel wat gesprekken en experimenten geweest, en er heeft zelfs een werkgroep over nagedacht. Dit hele proces heeft geleid tot de volgende aanpak.
Allereerst een aantal dingen die we doen om aan de kerkorde te voldoen en voltallig te zijn. Op advies van het landelijk dienstencentrum staat in onze plaatselijke regeling niet vermeld hoeveel ambtsdragers onze kerkenraad telt en hoe die verdeeld zijn over de ambten. Dit bleek niet vermeld te hoeven worden. Dat is fijn, want het minimum staat dan wel vast, maar we kunnen als we willen ook meer ambtsdragers hebben. We blijven dromen!
Verder bestaat de diaconie uit twee diakenen en een diaconaal kerkrentmeester. Eén diaken bezoekt alle kerkenraadsvergaderingen. De ander alleen als dit speciaal voor de diaconie van belang is. Ook het college van kerkrentmeesters is op die manier samengesteld. Hiermee is voor een diaken en een kerkrentmeester-ouderling de vergaderlast minder groot. Zij ontvangen wel elke keer de agenda en notulen en ze zijn lid van de app-groep van de kerkenraad waarin regelmatig om elkaars mening wordt gevraagd. Zo zijn ze toch betrokken en op de hoogte. Deze werkwijze is ons aangereikt door de classis.
Daarnaast werken we niet vanuit de gedachte dat een ambt iedereen past, maar dat iedereen op zijn of haar manier het ambt kan invullen. We hebben een echtpaar dat samen één ambt heeft en de taken verdeelt. We hebben ouderlingen zonder wijk en pastorale bezoekers met een wijk, die geen ouderling zijn. We hebben diakenen die niet het Avondmaal kunnen bedienen en “ouderlingen” van dienst die geen ouderling meer zijn. Voorzitters die geen tekenbevoegdheid hebben, en een preses die zijn handtekening zet maar geen vergaderingen voorzit.
We bespreken met iemand om te kijken wat diegene wél kan en wil, en zien dan hoe we iemands aanbod en talent kunnen inzetten. Op dit punt hebben we veel aan onze “gemeentescout”; een gemeentelid dat bij leden op bezoek gaat om te vragen wat zij willen en kunnen. En dan samen bekijkt of een ambt of een andere taak daar bij past. Dit onder het motto dat actieve leden betrokken leden zijn.
Verder zien we er op toe dat iedereen zich vrij voelt om na een termijn het ambt weer neer te leggen. Verlenging laten we geen vanzelfsprekendheid zijn. Het ambt moet geen fuik worden waar je niet meer uit kunt. Het is spannend om iemand te laten gaan. Maar de voordelen zijn tot nu toe groter dan de nadelen. Het wordt makkelijker een ambt te aanvaarden of een ambt na een tijdje weer op te nemen.
Al met al levert dit een kleine kerkenraad op, die het werk rond moet krijgen en alle verantwoordelijkheid moet dragen. Bij het werk dat gedaan moet worden, is de rest van de gemeente bereid te helpen. Als kerkenraad moeten we leren hulp te vragen. Mensen willen vaak best helpen, zeker als het om kortdurende projecten gaat.
Om de verantwoordelijkheid die gedragen moet worden niet op de schouders van een kleine groep mensen neer te laten komen, hebben we een brede kerkenraad ingesteld. Minimaal twee keer per jaar wordt er van elke werkgroep en commissie één afgevaardigde gevraagd (die niet ook een andere werkgroep vertegenwoordigt ). In deze vergaderingen van de kerkenraad met alle vertegenwoordigers worden de meer ingrijpende en moeilijke onderwerpen besproken. Het besluit blijft bij de kerkenraad liggen maar er wordt zo door meer mensen meegedacht en er wordt naar hen geluisterd. Daarnaast zijn er ook nog minimaal twee gemeentevergaderingen. Het voordeel van een kleine gemeente is dat zelfs met de hele gemeente er niet te veel mensen zijn om nog goed mee te vergaderen.
Een bijkomend voordeel van de brede kerkenraadsvergaderingen is dat gemeenteleden zien hoe het er aan toegaat in de kerkenraad. En dat verlaagt de drempel om ook kerkenraadslid te worden. Maar de voornaamste redenen om een brede kerkenraadsvergadering te houden zijn het delen van verantwoordelijkheid en het voorkomen dat enkele mensen teveel de leiding over de gemeente nemen zonder anderen daar bij te betrekken.
Met flexibiliteit en improviseren lukt het zo voltallig te zijn. Maar er voor zorgen dat de vergaderingen prettig verlopen is ook belangrijk, hebben we gemerkt. Daar gaat een volgend stukje over (Een beetje leuk vergaderen).
Ik ben benieuwd hoe jullie het doen. Ik hoor graag jullie ideeën en ervaringen.