domineechristel.nl

Fuseren of niet fuseren, dat is de vraag.

Toen ik net als predikant in Garrelsweer, Winneweer en Wirdum was begonnen, waren er de eerste berichten dat er redding nabij was. Eindelijk was er een oplossing voor het niet voltallig krijgen van de kerkenraad: een gezamenlijke kerkenraad met een andere gemeente (bovenplaatselijke kerkenraad). Enthousiast vertelde ik het onze kerkenraad. Maar het bleef nogal stil. “Vinden jullie het geen goed idee? “, “Nee!” was het antwoord. En we hebben het er nog vaak over gehad.

De kerkenraad voltallig houden om aan de kerkorde te voldoen en om al het werk gedaan te krijgen, is ook bij ons niet eenvoudig. Wat we daarvoor doen, zal ik in een apart stukje schrijven (De (te) kleine kerkenraad). Hier wil ik eerst met je delen wat ik leerde van de kerkenraad toen we nadachten over fuseren.

Het eerste wat duidelijk werd, is dat van de kerkenraadsleden niemand bereid was om in een bovenplaatselijke kerkenraad plaats te nemen. De motivatie om ambtsdrager te worden in de plaatselijke kerkenraad was dat men de handen uit de mouwen wilde steken voor de gemeenschap waar men bij hoort, zodat deze blijft bestaan. Niet omdat het vergaderen en leidinggeven zo trekt.

Verder voorzag men dat er bij een fusie meer vergaderd zou gaan worden. Naast de bovenplaatselijke kerkenraad zou er ook nog een plaatselijke commissie nodig zijn. En voor een bovenplaatselijke kerkenraad zou er meer werk zijn dan voor een plaatselijke. Er moet immers leiding worden gegeven aan twee gemeenten, twee keer zoveel gebouwen moeten worden beheerd, twee keer begrotingen gemaakt etc.. Daarnaast zijn de lijntjes minder kort. Veel wordt nu in de wandelgangen en per app geregeld en kortgesloten.

Verder was er de zorg dat de samenwerking en het contact met de dorpen moeilijker zou zijn voor een bovenplaatselijke kerkenraad. Daar kan ik me veel bij voorstellen. Als Gemeente Garrelsweer, Winneweer, Wirdum, hebben we al te maken met twee Dorpsbelangen, twee Noaberschappen en twee Dorpskranten en dat is al ingewikkeld genoeg. De kerkenraadsleden kennen alle drie de dorpen goed, en dat is belangrijk voor de samenwerking. En samenwerking vinden we belangrijk; we willen kerk zijn samen met het dorp zodat er zo min mogelijk muren en drempels tussen leden en niet-leden zijn. Niet-leden raken zo gemakkelijker op de een of andere manier betrokken.

Een andere opmerking die mij bij is gebleven: “Als er een bovenplaatselijke kerkenraad is, ben ik niet meer nodig, goed.” Nu worden gemeenteleden ambtsdrager omdat ze nodig zijn. Nu hebben we ambtsdragers waarvan ik niet had verwacht dat ze “ja”” zouden zeggen. De drempel is blijkbaar laag want het zijn soms letterlijk je buren. En de betrokkenheid is groot waardoor men over de drempel heen stapt.

Wat ik vooral heb geleerd is dat actieve leden, betrokken leden kunnen worden. En dat niet-actieve leden snel naar de achtergrond verdwijnen. Dus gaan we niet fuseren maar zoeken we hulp in alle hoeken en gaten van de gemeente en daarbuiten. Hoe meer mensen actief zijn, hoe meer er betrokken raken, denk ik dan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *